Een tijdloze wereld
De laatse 30 jaar is er een toenemende aanwezigheid van georganiseerde misdaadgroepen in de Balkan in veiligheidsrapprten en krantenkoppen. Dit betekent niet dat er geen maffiagroepen bestonden tijdens het socialistische Joegoslavië ook al makten de ineenstorting en de daaropvolgende oorlog criminelen en smokkelaars nuttig voor politici en leiders om hun macht te behouden. Het betekent eerder dat de georganiseerde misdaad op de Balkan buiten zijn traditionele actieterreinen in Servië, Montenegro en Albanië kwam: minder territoriaal en nationalistisch dan voorheen, wint het nu aan bekendheid in eeninternationaal scenario door overeenkomsten te sluiten met Italiaanse en Zuid-Amerikaanse maffia - de zogenaamde Heilige Alliantie - om drugsroutes naar West-Europa te beheren. De huidige maffiagroepen op de Balkan zijn aanwezig in landen die traditioneel geen gezschiedenis van gespecialiseerde misdaad hadden. Een van de redenen ligt in het grote aantal immigranten dat vanuit de Balkanlanden naar Noord- en West-Europa verhuist. Sinds de oorlogen van de jaren 90 in het voormalige Joegoslavië konden oorlogsmisdadigers in deze landen gewone criminelen worden. Jaar na jaar werden deze bendes groter en profiteerden ze van de expertise en de middelen die tijdens de oorlog waren opgedaan. De groepen opereren met militaire precisie, een groot aantal deelnemers en ze beschikken over grote hoeveelheden wapens en geld. De samenwerking tussen politieke autoriteiten en bendes is terug te voeren tot de tijden van de Ottomaanse heerschappij. Gewapende clans werden niet alleen gecoöpteerd als hulptroepen tijdens militaire campagnes, maar ook voor het innen van belastingen, het beschermen van handelsroutes en het bewaken van grenzen. De internationale boycot tegen ex-Joegoslavië deed daar de vraag naar smokkel van westerse producten, vornamelijk sigaretten en benzine, in duizelingwekkende vaart toenemen. De Albanezen hadden zich daarin gespecialiseerd want het geografisch moeilijke terrein beheersten ze als geen ander. Dit soort smokkel bereikte een geschatte waarde van 1 miljoen dollar per dag. Embargos en sancties maken het geluk van illegale ondernemers. De kanalen voor het smokkelen van wapens werden dezelfde als die van de gewone smokkelwaar: geweren werden verstopt tussen door ezels en muilezels gedragen tabaksladingen. Tijdens de onlusten van 1997 werden politie- en legeropslagplaatsen geplunderd waardoor plots zo'n 2 miljone wapens, vooral Kalashnikovs, op de markt verschenen. Vele daarvan werden goedkoop opgekocht door de maffia (zo'n 5 dollar per stuk) en naar criminele en pâramiltiaire groepen in de EU en Servië gesmikkeld. Na de wapens, of zelfs tezelfdertijd, volgden de drugs en nog wat later gestolen voertuigen en mensen. Dat gebeurde allemaal met de medeplichtigheid van de bestaande of toekomstige staatsautoriteiten waarmee een proces werd gestart om het staatsmonopolie op geweld te herschrijven. Albanië als doorgangsland voor illegale activiteiten en mensenhandel won aan belang na de implosie van het land in 1997. Grenzen tussen Albanië, Noord-Macedonië en Griekenland werden volledig doorlaatbaar. De onzekere situatie in Kosovo waar verschillende maffia groepen gelinkt waren aan verschillende politieke belangen maakte een route door dat land duur en onvoorspelbaar. De smokkelroutes vanuit Turkije liepen sinds dan via Bulgarije, Noord-Macedonië en Albanië. Albanië vooral was een gemakkelijk geval: chaotische situatie, voortdurende hervormingen van instellingen, gebrek aan onafhankelijke instellingen met zware corruptie in politiek, politie- en gerechtelijke diensten, een zwakke economie met lage inkomens en de steun van landgenoten in de diaspora. Maar er is nog wat anders: Albanië was een geliefkoosd land om toxisch afval uit de EU te dumpen. Tot 2010 werd de jaarlijkse waarde van deze markt geschat op 20 miljard euro. Dit handeltje was vanzelfsprekend in handen van de combinatie politiek-maffia. In 2010 waren ongeveer 60 privé firma's gespecialiseerd in afvalbehandeling waarvan de meeste geen officiële vergunning hadden. De stad waar de meeste van deze gerganiseerde misdaad zich concentreerde was Vlorë. Toen de Albanese overheid in zijn ijver om toch ooit eens lid te worden de de EU corruptie en misdaad wat begon aan te pakken, werden vanaf 2010 in Vlorë nogal wat Italiaanse zakenmannen opgepakt en uitgeleverd, zoals ene Prudentino (sigarettensmokkel naar UK) en Sominelli, alias El Paco (illegale bouwconstructies aan de Albanese kusten).
Het organisatiemodel van Albanese criminele clans is vergelijkbaar met die van de Calabrische Ndrangheta: partners komen uit dezelfde familie of hetzelfde dorp en de structuur bestaat uit horizontale relaties tussen verschillende onderling verwisselbare bazen die rapporteren aan de hoogste baas. Dit is een groot probleem om activiteiten van de Albanese misdaad te bestrijden: ook als blijk dat er een leider is in de figuur van een man met charisma die door iedereen wordt gerespecteerd betekent dit niet dat hij de leider is van alle takken of subgroepen. De leider oppakken van een groep betekent niet automatisch het einde van de hele groep. Een belangrijke culturele factor is de Kanun. Voor de maffia groepen was de herinvoering ervan tijdens de wetteloze periode na de val van het communisme zeer welkom en ze exploiteren vooral 2 elementen in hun eigen belang: de besa en de bloedwraak. De besa is het respect voor het gegeven woord, De maffia interpreteert dit in de wijze van als men een lid is van de groep men de belofte nooit iemand van de groep te verraden, niet kan verbreken. De Kanun regelde nogal wat geschillen op een gewelddadige wijze: wie zich op een of andere manier beledigd voelde, had het recht zich te wreken op eender welke man van de famile die de belediging maakte. Als gevolg zullen leden van een Albanese maffiagroep uiterst zelden met de autoriteiten samenwerken en andere leden verraden. Wat de maffia hier doet is elementen uit de Kanun misbruiken om acties te rechtvaardigen: de Kanun was in zijn opzet niet bedoeld om misdaden te begaan, de Kanun bevat zelfs elementen die hun criminele activiteiten en de veroorzaakte onrust in de gemeenschap zouden verbieden.
De laatste jaren verschuift de actieradius via meer discrete werkmethodes naar globalisatie en geleidelijke ontmanteling van hun sociale structuren zoals het verdwijnen van de familie als nucleus, gebruik makend van geavanceerde technologie en communicatie, zoveel mogelijk ophef vermijdend om zo op een lager profiel te kunnen werken. Deze trend werd ook veroorzaakt door de groeiende sociale mobiliteit wat leidde tot een disproportionele groei van de steden, vooral dan van Tirana, en ontvolking van het platteland. Het aanhoudende proces van verstedelijking vormt een uitdaging voor de landelijke, clangebaseerde structuur van de meeste maffia groepen. De Albanese maffia is vooral gebaseerd op drugs en mensenhandel. Wat de drugs betreft verhandelen ze niet alleen meer cannabis en heroïne langs de Balkanroute vanuit Afghanistan, maar zijn ze ook begonnen met de meer winstgevende cocaïne door middel van groepen die de aanvoer vanuit Latijns-Amerika naar West-Europa controleren. Wat de mensenhandel betreft, zijn de zaken verdeeld over illegale immigratie netwerken voor vooral Albanezen die in de UK willen terecht komen en over vrouwenhandel vanuit Oost-Europa voor prostitutie in West-Europa. Een van de redenen waarom de vrouwenhandel veelvuldi via Albanië verloopt, is de Kosovaarse Oorlog. Door de aanwezigheid van de talrijke UN militairen was er begin jaren '90 vraag naar vrouwen. de meeste soldaten en hulpverleners zagen dit als schadeloos en ontspannend zonder ooit maar in overweging te nemen dat de handelaars erachter de winsten in de wacht sleepten ten koste van de vrouwen. Door de Schengen akkoorden en het wegvallen van de interne grenzen binnen de EU was het voor de vrouwenhandelaars heel gemakkelijk geworden om vrouwen te kopen, verkopen, herverkopen en vervoeren. Onderliggende oorzaken waarom Albanië gemakkelijker was, waren de armoede en het patriarchale systeem. Verder werden op het platteland meisjes gelokt, soms door dorpsgenoten, met de belofte van een job in de EU, een job die in vele gevallen eindigde in de prostitutie. Wat de Balkanroute betreft: de rute via Noord-Macedonië, Servië en Hogarije werd in 2016 afgesloten waardoor de route via Albanië naar Italië aan belang won. Dit maakt de toute chter laner en gevaarlijker. Dit vertienvoudigde de prijs die vluchtelingen moeten betalen aan smokkelaars. De vluchtelingencrisi levert maar één winnar op en dat is de georganiseerde misdaad. Het is een nog altijd groeiende industrie want de vraag is hoog. Dus ook de prijs: het kost tussen 1500 en 4000 euro om van Turkije naar Albanië of Griekenland te raken, afhankelijk van de kwaiteit van de boot, en dan nog eens tussen 5000 en 7000 euro om van Griekenland via Albanië naar Italië of een ander EU-land. Het handeltje is naar schatting goed voor meer dan 10 miljard euro per jaar. Cijfers van Europol, 2016.
De explosieve groei van benzinestations en de bloeiende bouwsector zijn de sleutels tot het witwassen van een groot deel van de illegale winsten. Andere signalen zijn enrome, prachtige villa's in het midden van niets, zo goed als lege hotels en shopping centra en de overvloedige casino's en weddenschap gelegenheden. De illegale activiteiten genereren een hoop cash. Die wordt gebruikt om vastgoed te kopen of te bouwen en luxe artikelen, maar evenzeer loyaliteit, invloed en macht. Dit zou natuurlijk allemaal niet mogelijk zijn zonder medewerking van banken, zowel regionaal als internationaal. Dat vermelden van die luxe artikelen vormt een probleem voor vele maffia groepen. Het onverantwoord gedrag van de door snel geld verdienende onderlaag van de clans zaait onrust in de Albanese gemeenschappen die liever onopgemerkt zouden willen opereren. Die onderlaag gebruikt de sociale media om met hun nieuwst aanwinsten zoals dure auto's, dure horloges en gouden kettingen te pronken wat natuurlijk de aandacht trekt van overheodsdiensten. Zij hanteren lage prijzen waardoor hun omzet stijgt en waardoor deze kleine bendes zelf kunnen beginnen opereren en mekaar onderling de territoria beginnen te betwisten met alle gevolgen vandien.
Bovendien blijft de situatie in de Balkan tamelijk onvoorspelbaar. De loyaliteit van corrupte politici, ambtenaren en politiediensten is altijd te koop. Hoe meer Rusland en China hun macht, zakeninteresses en, in het geval van de Russen, de Slavische identiteit opdringt, hoe minder westerse instituten en landen geneigd zullen zijn om corruptie en criminaliteit aan te klagen en dus de standaarden en drempels voor toegang tot clubs zoals EU en de NATO te verlagen. Dit kan leiden tot de groei van niet-liberale democratieën, zelfs maffiastaten. Leiders in de Balkan hebben interesse in het opschroeven van de Russische en Chinese dreiging om meer voordelen en acceptatie van het Westen te verkrijgen in hun rol als "stabiliserende factor".