< Toerisme
image

Zuid-Albanië

Een tijdloze wereld

Toerist in Albanië

Siebertz, een Oostenrijker die rond de vorige eeuwwisseling Albanië bezocht, schreef toen al: “Als je de gewoonten van het land observeert en respecteert, dan kan je veel veiliger in Albanië rondreizen dan in enig ander land ter wereld.” Wat ik nu, eind 2025, alleen maar kan bevestigen.

 

Sinds 2023 is Albanië ook voor Europese westerlingen een populaire vakantiebestemming geworden, niet alleen meer voor avontuurlijk of op wat sensatiebeluste jongelui zoals in het verleden, maar ook voor alle nieuwsgierigen. Dat het aantal toeristen in 2024 en 2025 weer eens telkens met 38% is gestegen heeft zo zijn redenen. De eerste is dat Albanië een lage kost land zou zijn. Een tweede reden zou kunnen de situatie in de wereld kunnen zijn met talloze conflicten en risico’s op besmettingen waardoor mensen meer geneigd zijn om korter bij huis op vakantie te gaan en dat veiligheidsaspect past perfect bij de traditionele en zo geroemde gastvrijheid en vriendelijkheid van de Albanees, een opinie gevoed door vroegere bezoekers die hun enthousiasme na terugkeer niet onder stoelen en banken steken. Een derde reden is de verscheidenheid aan mogelijkheden op een kleine oppervlakte; bergen, stranden, nationale parken, een turbulente en rijke geschiedenis, alles beter bereikbaar gemaakt door een op korte tijd fel verbeterde infrastructuur. Toch wil ik niet wegsteken dat er nog een paar problemen zijn.

 

Het toerisme wordt gekenmerkt door een relatief kort seizoen. Tien jaar geleden begon het toeristisch seizoen half mei en eind augustus waren alle strandstoelen al opgeborgen voor het volgende seizoen. Alleen groepsreizen die meer de historische bezienswaardigheden in hun programma hadden, durfden het aan om vanaf half april te vertrekken tot hoogstens half oktober. De laatste jaren komt hier verandering in: toeristen kunnen al gespot worden vanaf maart en de strandstoelen blijven op vele plaatsen staan tot half oktober. Een oorzaak van het beperkt seizoen was de doelgroep: de meeste vakantiegangers waren Kosovaren, Kroaten, Macedoniërs en Albanezen uit de diaspora die hun vakantie in juli en augustus kwamen doorbrengen aan de kusten van Albanië of bij de familie. Een tweede reden is het weer: in het voor trekkers aantrekkelijke noorden zijn bergpassen veelal gesloten tot half juni en dat vanaf half oktober, de kuststreek wordt in herfst, winter en lente geregeld door stormen en soms overvloedige regenval geteisterd. Voor iemand die tien of veertien dagen zuurverdiend verlof heeft en gegarandeerd zon wil hebben blijft het een (relatief klein) risico in voor- en najaar de tocht te wagen. Wie meer tijd heeft, kan het er rustig op wagen, met wat meeval kan van het ontbijt op nieuwjaarsdag genoten worden in de zon op het terras. Dit korte seizoen verhindert grotere hotels en restaurants te investeren in gekwalificeerd personeel waardoor de service niet altijd is wat die zo moeten zijn. Dat personeel is moeilijk te vinden omdat vele jongeren zijn geëmigreerd of zitten te wachten om te emigreren, omdat er geen hotel- of toerisme scholen zijn en omdat de Albanezen zelf weinig gereisd hebben zodat ze niet weten wat de toerist wil. De kleinere hotels en gastenhuizen die door een familie worden uitgebaat zijn over het algemeen van uitstekende kwaliteit. Een minder gunstig gevolg van de toename aan toeristen zijn, vanzelfsprekend, de prijsstijgingen.

 

Een deel van de mythe betreffende het lage kost land gaat al in rook op; prijzen in horeca en toegangsgelden zijn flink gestegen. In 2022 kostte de toegang tot de archeologische site Apollonia nog 300 Lek, in 2024 is dat 600 Lek. Zelfs in kleinere, lokale restaurants in de meer toeristische centra betaalt men in 2024 prijzen die het ‘spotgoedkoop’ van vroeger ruim overschrijden. Naar westerse normen is zes euro toegang tot dat soort spectaculaire plaatsen nog altijd weinig, maar de verhogingen gelden ook voor de Albanezen zelf. Het protest tegen die prijsstijgingen in populaire plaatsen neemt bijgevolg steeds meer toe, zowel op sociale media als in de klassieke pers. Dit houdt grote risico’s in voor de toekomst want de mythe van het lage budget wankelt en het was één van de pijlers voor de groei. Een groot deel van Albanezen en Kosovaren brengt de vakantie door in eigen land aan de kust en bezoekt tegelijkertijd wat historisch erfgoed waar ze zo trots op zijn en nu ze zelf meer verdienen gaan ze beslist hun vakanties elders doorbrengen. In feite is dat in 2024 al begonnen; er zijn zo’n 20% minder Kosovaren de grens naar Albanië overgestoken tijdens de zomerperiode. Ook de val van de euro, de officiële munt in Kosovo, speelt een grote rol: Kosovaren en Europeanen krijgen 40% minder leks voor hun euro dan pakweg twee tot drie jaar geleden. Een tweede pijler dreigt te verzwakken: vele Albanezen geven de toerist de schuld van de prijsstijgingen en de zo geroemde gastvrijheid en vriendelijkheid dreigt eronder te bezwijken: het gebrek aan professionaliteit werd vroeger door de meeste begripsvolle toeristen onder de mat geveegd wegens de spontane vriendelijkheid, gastvrijheid en beschikbaarheid van de lokale bevolking.

 

Terwijl ik op mijn vrouw wachtte die in de groentewinkel in een volksbuurt in Vlora haar ingrediënten voor de ovenschotel van de avond aan het afrekenen was, observeerde ik een koppel, duidelijk toeristen, die de naastgelegen bakkerij binnengingen. Na een paar minuten kwamen ze terug buiten, zij met twee zakjes en hij met wisselgeld in de handen, druk bezig allerlei berekeningen te maken. De conclusie kwam vrij snel; “Nou, net geen twee euro. Hier vallen wel zaakjes te doen.” Waarna ze belangstellend de massa op het trottoir uitgestalde groenten en fruiten gingen bekijken. Ze zijn, spijtig voor hen, drie jaar te laat gekomen. In 2022 kreeg je voor één euro nog 140 Lek, nu in 2024 nog 98, in de banken zelfs maar 96. Voor de toerist is Albanië in minder dan vier jaar stelselmatig veertig percent duurder geworden. Voor de Albanees zelf is er, althans voor basisproducten in de lokale winkels en op de markten, weinig aan de hand. Met een zeer beperkte inflatie op voedselprijzen kan de toerist in de lokale winkels inderdaad nog goede zaakjes doen. Met zijn inkomen dan wel. De mediaan van het maandelijks salaris in Albanië is 83.900 Lek (afgerond 840 euro) wat betekent dat vijftig procent van de Albanese bevolking minder verdient en vijftig procent meer. Dus onze Nederlander of Belg mag best tevreden zijn met zijn twee zakjes croissants en ontbijtkoeken voor minder dan 2 euro want zijn mediaan is respectievelijk 4.500 en 5.420 euro. De werkloosheidsgraad is nog altijd meer dan het dubbele van bij ons: 10,5% tegenover 5,4% in België en 3,7% in Nederland. De meer intensieve uitbating van de grondstoffen, de toename van het toerisme en de overheidsinvesteringen in infrastructuur zorgen ervoor dat Albanië van het armste land van Europa in de jaren negentig van de vorige eeuw langzaam klimt op de lijst van de zogenaamd welvarende landen.

 

Eén van de troeven die ALbanië te bieden heeft aan de toerist én een belangrijke pijler voor hun toerismebeleid in de toekomst is: eten. Dat besef is gekomen toen zij die als kindmigranten Albanië verlieten en zich door de Europese keukenhiërarchieën hadden gewerkt, van afwasser tot chef-kok, beseften hoe duurzaam Albanië is: van boer tot bord. Het land is per definitie een natie van zelfvoorzienende boeren, ambachtelijke familiebedrijven en verzamelde overvloed. Op de markten zitten vrouwen met kuiten, gevormd door steile hellingen, aan kraampjes vol honing, als potten gestolen ochtendlicht. Wilde gentiaan en çaj mali (bergthee) worden netjes in bundels afgewogen; naar leem geurende tafels staan ​​vol met okra, kaki, vijgen en kweepeer. Achter het kustgebergte ligt de rest van Albanië, waar de feeërieke muziek van vrij rondlopende kuddes weerklinkt. Hier zijn een gedrongen bouw en hoeven nog steeds nuttiger dan wielen: onder het isolationistische regime waren burgerauto's en toegang tot de 450 kilometer wilde kustlijn ten strengste verboden. Na het communisme werd geconfisqueerd coöperatief land herverdeeld in kleine percelen; tuinen als ambachtelijke lappendekentjes, met de hand aan elkaar genaaid met vlechtwerk. "Achter elk ingrediënt in de restaurants staat een familie en vele gerechten zijn een minimalistische heropleving van de cucina povera uit de hooglanden met behulp van eeuwenoude fermentatietechnieken, geplukt fruit en medicinale planten.