Een tijdloze wereld
Een veelgebruikt cliché beschrijft tot op de dag van vandaag Albanië als het laatste onontdekte land in Europa. Zoals het geval is met vele clichés is ook dit in deze tijden van communicatie en internet nogal gek terwijl het tegelijkertijd toch enige waarheid bevat. Alhoewel de regio die nu Albanië is een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Balkan is het doorheen die geschiedenis toch mysterieus en weinig bekend gebleven voor buitenstaanders. Vooral tijdens de laatste eeuw van de Ottomaans overheersing hebben politieke en geografische factoren ervoor gezorgd dat dit deel van de Balkan zo goed als onbekend en ontoegankelijk werd. Die periode werd gekenmerkt door herhaaldelijke chaos, gewelddadige opstanden en nog meer gewelddadige repressie.
De huidige grenzen van Albanië zijn een product van de politiek en komen niet overeen met fysieke en historische feiten. Regio’s die sinds honderden jaren bevolkt waren met de Albanese taal sprekende mensen werden in het begin van de twintigste eeuw toegewezen aan al bestaande en erkende landen als Griekenland, Montenegro en Servië Dit had dramatische gevolgen en de problematische situatie is nog altijd niet overal ontmijnd: spanningen tussen Kosovo, voor negentig procent bevolkt met etnische Albanezen, en Servië flakkeren af en toe nog hevig op, in Noord-Macedonië moet het Albanees sprekende deel van de bevolking als minderheid strijd blijven leveren om hun taal erkend te behouden. Opvallend is dat een etnische Albanees die woont in een land dat lid is van de EU weinig misbaar maakt en zich veelal gedeisd houdt ondanks hij met nostalgie terugdenkt aan zijn oorsprong, de vele tradities én zijn taal blijft behouden. Zo zal bijvoorbeeld in Ḉamëria yrn zuiden van Vlorë dat aan Griekenland werd toegewezen en waar de meerderheid van de bevolking etnisch Albanees is, geen enkele inwoner zijn Griekse identiteit willen omwisselen voor een Albanese identiteit. De benaming Ḉamëria is nu trouwens vervangen door het Griekse Thesprotia.
Bij het vastleggen van de huidige grenzen in 1913 werd niet zozeer rekening gehouden met de samenstelling van bevolkingsgroepen als wel met bergruggen. Die waren zeer nuttig om de heftige confrontaties tussen de diverse bevolkingsgroepen en religies te bemoeilijken. Waar een bergrug niet voorhanden was, werd het probleem opgelost door massale deportaties zoals in Ḉamëria waar de overheersend moslimbevolking door de Griekse autoriteiten gelijk gesteld werden aan moslim Turken en in 1923 in het kader van de bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije naar Turkije werden getransfereerd. Inwoners van orthodoxe dorpen in Turkije namen hun plaats in. In het noorden vormen de bergruggen van de Malësia e Madhe, de Albanese Alpen, de grens met Montenegro. In het oosten zorgde het Korab massief en zijn uitlopers voor de afscheiding met Servië (dat gedeelte is nu Kosovo) terwijl het zuidoosten wordt gescheiden van Griekenland door grenzen die dwars over de gebergten Gramos en over grotendeels verlaten en dorre hoogtes. Dit maakt dat de meeste grenzen op een hoogte liggen ruim boven de tweeduizend meter. De meest dramatische zijn de Vermaledijde Bergen, de Bjeshkët e Nemuna, in de driehoek Albanië, Montenegro, Kosovo met zijn aura van isolatie en ondoordringbaarheid, veelvuldig beschreven sinds de negentiende eeuw in soms romantische, soms realistische romans en reisverhalen. De dramatiek wordt verdergezet in de uitlopers van het Sharr gebergte met pieken over de tweeduizend vijfhonderd meter, sommige bedekt met eeuwige sneeuw. De hooggelegen weiden zijn van en adembenemende schoonheid, in de zomer begraasd door half wilde paarden.
Beneden de Shkumbin rivier lopen bergen en heuvels van het zuidoosten naar het noordwesten, doorkruist door rivieren die in dezelfde richting vanuit Griekenland of het diepe binnenland naar de Adriatische Zee stromen, onderweg diepe kloven uitsnijdend en in het westelijke laagland in de loop van de geschiedenis voor dramatische veranderingen in landschap, economie en bewoning gezorgd hebben. De Shkumbin zelf loop vrijwel recht van oost naar west en dat doen ook alle grote rivieren ten noorden ervan. Een uitzondering is de Zwarte Drin die vanaf het Ohrid meer noordwaarts vloeit langs de flanken van het Korab massief om bij Kukës samen te vloeien met de Witte Drin die vanuit Kosovo Albanië binnenstroomt om dan gezamenlijk hun weg voort te zetten richting Adriatische Zee.
Vanaf de Griekse grens in het zuiden strekken zich vier bergketens parallel uit die eindigen op het schiereiland Karaburun en in de laagvlakte ten noorden van Fier. Van west naar oost zijn dat het Keraunisch gebergte dat op de meeste plaatsen steil in de Ionische Zee afloopt. Ernaast ligt het Kurvelesh gebergte. Ze zijn van elkaar gescheiden door de mooie Shushicë rivier. De Drin maakt dan weer de oversteek naar het gebergte van de Dangëlli waarin het prachtige Bredhi i Hotovës park ligt. De Osumi rivier met zijn talrijke kloven, zeer geliefd bij de liefhebbers van rafting of bij waterwandelaars, kijkt dan weer op naar het massief van de Tomorri die het attribuut van heilige berg heeft verworven. Hij heeft dat te danken aan zijn aanpassingsvermogen om van voorhistorisch bedevaartsoord en cultusplaats mee te evolueren met de religieuze veranderingen zodat de oorspronkelijke riten alleen van kledij veranderden naargelang de populariteit van christelijke of islamietische religies. De bergketens zijn dus van elkaar gescheiden door rivieren die op sommige plaatsen diepe kloven uitsnijden en op andere plaatsen brede, vruchtbare valleien creëerden. In tegenstelling tot de bergen in het noorden en in het centrum die bedekt zijn met dichte bossen zijn de bergen in het zuiden kaal of dun bedekt met mediterraan struikgewas, eiken en dennenbomen. Zij worden vooral gebruikt als weidegronden voor schapen en geiten.
Ten oosten van de vier evenwijdig lopende ketens loopt het landschap uit naar de meren van Ohrid en Prespa via een onregelmatig en complex reliëf bestaande uit depressies, vlakten, valleien, hooglanden en bergkammen die met elkaar verweven zijn en elkaar kruisen om zo een echt mozaïek van vormen te creëren. Hoogtes tot duizend meter domineren, maar variëren tussen de tweehonderd en tweeduizend vijfhonderd meter. De meren werden gevormd tussen de een en twee miljoen jaar geleden. Het Ohrid meer is het oudste en diepste meer van Europa en door zijn isolatie vertoont het een van de hoogste biodiversiteitspercentages van alle binnenwateren op aarde, gemeten naar oppervlakte. Het bevat meer dan tweehonderd soorten die endemisch zijn en dus alleen hier voorkomen. Het unieke ecosysteem biedt een inzicht in de klimaatgeschiedenis en in de relatie tussen biologische en geologische evolutie. Archeologie heeft uitgewezen dat mensen al meer dan 8000 jaar rond het meer leven.