Vijf jaar geleden was een tocht naar het zuiden van het land, zeg maar naar Saranda, een voor ons verwende westerlingen een nogal hachelijke en tijdrovende onderneming. Ofwel nam je de oeroude kustweg via de Llogara pas ofwel kon je via Gjirokastra een andere al in de oertijd gebruikte pas over en uiteindelijk op je bestemming raken. In dit laatste geval was je bijna in Griekenland. Enfin, beide mogelijkheden hadden hun charmes: de route via Llogara biedt prachtige uitzichten over de Ionische Zee en kronkelt langs oeroude, dorpjes. Twee van die dorpjes in de nabijhid van Porto Palermo zijn Qeparo en Borsh.Het zijn typische dorpen die wat hoger gebouwd werden om de veelvuldige strooptochten van Illyrische en latere piraten proberen te bemoeilijken met nog hoger een versterking om wanneer het de spuigaten uitliep, zich toch te kunnen terugtrekken achter hoge, dikke muren. Zo heeft zich trouwens ook Himara ontwikkeld, noordelijk van Porto Palermo gelegen en beter bekend. De versterking ligt daar ook op tweehonderdvijftig meter hoogte, was een grensversterking van de Chaoniërs in de hoogdagen van Epirus en evolueerde tot een toevluchtsoord voor de dorpen uit de omgeving. Volgens archeologen was er weinig dagelijkse activiteit te bespeuren en de naam Himara komt ook niet voor in oude kaarten. Alle oude versterkingen, inclusief die van Borsh en Qeparo, stegen in belang voor de Byzantijnen die vanaf de vroege 6de eeuw te maken kregen met barbaarse raids in het zuiden van de Balkan. Versterkte sites speelden en belangrijke rol in de beveiliging van de kustweg die vanuit het noorden van Epirus naar de kusten van Griekenland leidde. Vooral onder het bewind van keizer Justinianus (trouwens afkomstig uit de regio, geboren in Tauresium, nu Taor, in Noord-Macedonië) werden alle versterkingen en ommuurde steden grondig gerestaureerd met als bedoeling om, uiteindelijk tevergeefs, de invallen van de Slaven te stoppen.Vooral Borsh en ook Qeparo hebben een vrij bewogen geschiedenis achter de rug. Nu zijn het oorden van vrede en rust, ideaal om een paar dagen te genieten van zon en zee
Qeparo is een charmant kustplaatsje aan de Albanese Rivièra, bekend om zijn adembenemende uitzichten, vredige sfeer en rijke geschiedenis. Verdeeld in twee delen – oud Qeparo, genesteld in de heuvels, en nieuw Qeparo vlak bij de kust – biedt dit dorp de perfecte mix van traditie en rust. De oude stenen huizen, smalle geplaveide straatjes en het panoramische uitzicht op zee maken Qeparo tot een verborgen schat voor wie de authentieke Albanese cultuur wil ervaren, weg van de drukte. Je kan olijfgaarden verkennen, genieten van de lokale keuken en het rustige ritme van het leven ervaren in deze ongerepte parel in Zuid-Albanië. Er wordt gezegd dat de naam Qeparo is afgeleid van het Griekse woord kipos, wat tuin betekent. De Griekse stam van de Chaoniërs bewoonde het gebied in de late bronstijd, rond de 14e tot 11e eeuw voor Christus. Boven-Qeparo is het oorspronkelijke dorp van Oud-Qeparo en ligt op de hellingen van de berg Gjivlash, ongeveer 450 meter boven de zeespiegel. Er loopt een kleine weg van het lager gelegen naar het hoger gelegen dorp over een afstand van 2,5 kilometer. Als u besluit te lopen, duurt het ongeveer 45 minuten, maar u wordt beloond met geweldige uitzichten terwijl u langs enkele prachtige olijfgaarden loopt. Omdat het in de zomer erg warm kan worden, neem voldoende water mee. Het dorp werd min of meer verlaten na de val van het communisme in de jaren 1990, maar begon onlangs een comeback te maken dankzij het toerisme. Sommige huizen zijn herbouwd en worden nu weer bewoond. Wandelen door de geplaveide straten geeft u een goede indruk van een traditioneel Albanees dorp. De prachtige architectuur omvat vele kleine huizen, een klooster, een kerk en een zeer mooie klokkentoren.

200m boven Qeparo bevinden zich de ruïnes van Karos. De nederzetting Karos bestaat uit de ruïnes van een versterkte nederzetting van een gemeenschap die ooit leefde in het gebied vlakbij het huidige Qeparo. Wat resteert zijn enkele archeologische overblijfselen van de vestingmuren en een latere toevoeging in de vorm van de Toren van Ali Pasja. De nederzetting is gelegen op een heuvel, 450 meter boven zeeniveau, met uitzicht op de rivier de Qeparo en de oude stad van Boven-Qeparo en het strand van Qeparo. Het gebied is ook rijk aan prachtige olijfgaarden. Tegenwoordig ligt het kloppende hart van Qeparo aan de kust, maar lang voordat dit deel werd gebouwd, bevond het centrum van de stad zich in het oude deel van Boven-Qeparo. De oude stad was echter niet de vroegste nederzetting in het gebied. De eerste bewoners van het gebied woonden op de aangrenzende heuvel van Karos, ongeveer 200 meter ten noorden van Boven-Qeparo, naast de vallei van de rivier de Qeparo. Na opgravingen van de versterkte nederzetting schatten archeologen dat de eerste bewoners zich hier tussen de ijzertijd en de 4e eeuw na Christus vestigden. De vestingwerken bestaan uit meerdere verdedigingslinies, waarbij de buitenmuur de natuurlijke vormen van de heuvel over een lengte van ongeveer 340 meter volgt. De hoogste bewaard gebleven muur is ongeveer 1,5 meter hoog. Binnen in de nederzetting bevindt zich een bakstenen gebouw dat de Toren van Ali Pasja wordt genoemd, verwijzend naar de latere Ottomaanse periode. De toren is een gebouw van drie verdiepingen met enkele prachtige bogen. De Heuvel van Karos ligt ongeveer 200 meter ten oosten van Boven-Qeparo en is te bereiken via een oud herderspad. U kunt zelfs een herder met zijn kudde schapen tegenkomen tijdens een wandeling naar beneden. Boven-Qeparo is met de auto te bereiken, dus u hoeft niet per se helemaal vanuit het lager gelegen dorp naar boven te lopen.

Waarom Borsh? Omdat ik het een mooie representatie vind voor alle dorpen langs de Ionische kust. Ik zou even goed Vuno of Dhermi of Himara kunnen voorstellen. Dhermi en Himara zijn echter al stevig in handen van massa toerisme en uitgangsleven en vrij recent, de andere zijn kleiner, rustiger en pittoresker. Borsh heeft het langste strand van de ionische kust, dus plaats genoeg om een goed plekje te zoeken, en voor diegene die het liggen beu zijn staat een fikse wandeling naar het kasteel te wachten via een goed restaurant aan de waterval. Het dorp zelf ligt op honderd meter hoogte, maar het kasteel ligt op driehonderd meter hoogte, Wees dus voorbereid als je dit te voet wil doen. De eerste bewoning dateert uit de 4e eeuw voor Christus, de tijd van de Epirotische stam van de Chaoniërs. Men denkt dat het kasteel in vier opeenvolgende fasen is gebouwd, tijdens de Byzantijnse periode en de middeleeuwen. In de middeleeuwen werd het kasteel Sopot Castle genoemd. De vroegste schriftelijke documentatie over Borsh Castle dateert uit het begin van de 13e eeuw, toen aartsbisschop Demetrios Chomatenos schreef over het "archonschap van Sopotos". Het kasteel is in de loop der eeuwen vele malen van eigenaar gewisseld, waardoor de structuur ernstig is beschadigd. Toen het kasteel in de 15e eeuw in Ottomaanse handen viel, vond er een grondige restauratie plaats en werd de Haxhi Bendo Moskee toegevoegd. De moskee is vernoemd naar Haxhi Bendo Vasil, die in Borsh geboren was en onder de Ottomaanse heerser Ali Pasja van Tepelena diende. Tijdens het verbod op religie in het communistische tijdperk raakte de moskee zwaar beschadigd en verdween een deel van de minaret. Helaas zijn er nog geen pogingen gedaan om het kasteel en de moskee te restaureren.
