Vlora bestaat uit twee delen: aan de kust een relatief nieuwe stad, een kleine twee kilometer in het binnenland, het zeer oude Vlora. Die twee worden nu verbonden door een vernieuwde boulevard, de Rruga Sadik Zotaj. Die boulevard was vroeger een inham die doorliep tot de stad, de toegang tot de inham werd bewaakt door een versterking waarbinnen zich een toren bevond. Die werd gebouwd door de Ottomanen in 1534 omdat Vlora op dat ogenblik voor de Ottomanen de belangrijkste haven was aan de Adriatische en Ionische Zee van waaruit ze planden ooit Italië binnen te kunnen vallen. Ze gebruikten daarvoor de stenen van de oude omwalling van Vlora waarvan nog enkele meter resten te zien zijn in het parkje achter het Plein van de Vlag (sheshi i flamurit). Op sommige kaarten getekend door Italianen uit de zestiende eeuw staat die toren rechts van de inham, op een andere kaart dan weer links. Het lijkt wel vast te staan dat versterking en toren rechts stonden waar nu het voetbalstadion en hotel Partner gebouwd zijn. In 1906 werd de dramatische beslissing genomen de inham dicht te gooien en bij gebrek aan steengroeven werd de weg van de haven naar de middeleeuwse stad geplaveid met de stenen van versterking en torens. Een typisch Albanese (of Ottomaanse) activiteit: het zou best kunnen dat latere huizen langs de ontstane boulevard werden gebouwd na heraanleg van de boulevard met dezelfde stenen die van een paar duizend jaar oude omwalling via een versterking in een voorgevel zijn beland. Recyclage van oudheden is trouwens niet alleen daar gebeurd, in Berat zijn Ottomaanse huizen gebouwd met stenen die van Apollonia (Pojan) daar naartoe zijn vervoerd, 65 kilometer verderop. Zelf ben ik er zeker van dat het overgrote deel van de huizen in Pojan en andere dorpen in de buurt zijn gebouwd met de stenen uit Apollonia. Waarom ook niet? Ze lagen er toch maar te liggen en bij gebrek aan materialen en geld, een mens moet toch wonen? Wat betreft de inham en de toren: stel je eens voor dat die was blijven staan en de inham niet dichtgegooid, dan zou Vlora nu beschikken over een typisch punt om zich te identificeren en een fantastische toeristische kaart, iets zoals in Amsterdam of Kopenhagen, de plezierboten langs de wandelkaaien vol terrasjes en restaurants. Die zijn er nu ook langs de boulevard, mooi afgezet met lommerrijke bomen, iets wat ze bij ons in de steden nog moeten leren, die bomen beschutten namelijk tegen de zon en zorgen voor afkoeling, maar het geeft toch niet hetzelfde effect, een koffie drinken naast de auto’s of naast een aangemeerde plezierboot. Het is wat het is, de boulevard loopt uit in het oude stadsgedeelte. Daar is de laatste jaren stevig aan gewerkt met veel aandacht voor de voetganger. De pleinen zijn heraangelegd met veel nadruk op groen. Eén straat is zelfs volledig vernieuwd, de huizen inbegrepen, hier met de nadruk op toeristen. Sommigen hebben echt fenomenale inspanningen gedaan. Restaurants en bars zijn mooi heringericht. Die straat heeft een niet alledaagse en zeker geen Albanees klinkende naam gekregen: Rruga Justin Godar. Klinkt meer Frans dan Albanees. Eigenlijk betreft het Justin Godart, met ‘t’ achteraan. Dat was een Frans politicus die voor de Albanezen gunstige adviezen uitbracht als hoofd van een internationaal onderzoek in hun voortdurende strijd voor onafhankelijkheid in 1913 tegen alle Servische, Italiaanse en Griekse druk in en nu uit dankbaarheid zijn naam mag geven aan een straat in Vlora, Durrësi en Tirana. Bijna aan het einde van de straat loop je links een straatje in dat uitloopt op een plein en rechts bevindt zich Sophie Caffe.

Waarom vernoem ik uitgerekend deze gelegenheid en niet één van de honderden anderen in Vlora? Gewoon omdat naar mijn smaak de cappuccino en de croissants smaken zoals een cappuccino en een croissant moeten smaken. Naar Italiaanse en Franse normen. Verder omdat het een typisch voorbeeld is van privaat initiatief om bij te dragen aan de modernisering van straat en leven, weg uit de miserie, ellende en vuil van vroeger, en tegelijkertijd ook aandacht te besteden aan kwaliteit, zowel wat infrastructuur, bediening en product betreft. Zoals een paar andere gelegenheden in Vlora proberen ze wat Italiaans cachet te geven zoals het beschikbaar stellen van een leeshoek. Het aanbod is echter, ik blijf beleefd, beperkt. Maar het is er wel. Als de zon schijnt: ga rustig zitten, bestel een cappuccino en een croissant en geniet van de rust op het plein en de drukte in de straat wat verderop. Het is de (volgens goede Italiaanse gewoonte) de naar Albanese normen wat hogere prijzen best waard.

Als het weer niet zo best is en je hebt Sophie Caffe binnen met een bezoek moeten vereren, ga dan eens naar het historisch museum aan het einde van het plein aan de overkant van de straat. Het is klein, maar gezellig en goed ingericht met (althans in 2024 nog) een bescheiden maar zeer dynamische gids (VR) die echt staat te popelen om uitleg te kunnen geven. Begrijpelijk, veel volk ziet ze niet op een dag. Zeer deskundig, archeologe van vorming, maar zoals zovelen in haar geval, kan ze haar echte beroep niet uitoefenen door gebrek aan middelen. Meertalig; voor zover ik weet uitstekend Italiaans en Engels. Het etnografisch museum achter Sophie Caffe geniet een grotere belangstelling. In het land zijn veel meer en veel betere musea van dit type, dus laat dat links liggen en ga in plaats daarvan naar het historisch museum om als het je interesseert, een klein idee te krijgen over het verleden van de hele regio en misschien een paar plaatsen te vinden die je wel zou willen bezoeken. Op de bovenverdieping kan je oude kaarten en foto’s van de stad zelf bekijken.

Loop je daar in de buurt rond in de voormiddag, steek dan de straat aan de zijkant van het historisch museum over, ga een beetje naar rechts en dan zie je het begin van de markt. Verspreid over verschillende straatjes staan kramen, kraampjes of een wankel tafeltje waarachter iemand op een stoel gezeten zijn waren aanbiedt. De meesten zijn kleinschalig en bieden groenten, fruit, kruiden aan uit eigen kweek. Je vindt er letterlijk alles en in sommige straten verlengen de kledij-, tapijten- en meubelwinkels hun winkel tot op straat. Je kan er nauwelijks met één persoon tegelijk door. Het is geen markt zoals bij ons of zoals je die in een EU land zou vinden, hier is het wat minder hip, zelfs helemaal niet hip. Ook niet toeristisch, de gewone Albanees uit Vlora komt hier zijn boodschappen doen. Op dit vlak is het dus wel een aangename ervaring en je bent nog altijd in het oude centrum. Deze markt is in niets artificieel, het is het leven van alledag, de mensen wonen daar. Stel je ook geen vragen bij hygiëne, pesticiden of gelijkvormigheid van groenten en fruit, hier op het platteland of in de tuintjes gelden geen EU regeltjes. Over pesticiden hoef je je geen zorgen te maken, daar hebben ze geen geld voor. Elke appelsien of appel is verschillend. Moet je die appelsien thuis eens uitpersen, dikwijls volstaat één appelsien voor minstens een half glas en de pure smaak is in niets te vergelijken met wat wij hier uitpersen. Over de herkomst hoef je je geen zorgen te maken, hier moet niets verdoezeld of verborgen gehouden worden. Puur natuur. Koop hier een stuk fruit voor de lunch en blijf weg uit de fastfood en kebab zaken of wat ervoor doorgaat.

Over de lunch gesproken. Loop terug naar de Skela (Albanees voor een plaats of wijk aan de zee, in dit geval naast de haven) en loop de Rruga Kosova in. Rechtover de universiteit vind je Taverna Te Lilo. Waarom Te Lilo? Omdat hij er al altijd is en geen tijdelijk avontuur zoals zovele anderen, een eenvoudige keuken maar van hoge kwaliteit, normaal geprijsd en zeer gezellig. Iedereen komt hier eten, studenten, mensen die aan de haven werken, mensen uit Vlora, ik en jawel sinds een aantal jaren ook vrij veel toeristen. Je kan er eten van ’s middags tot een stuk in de avond. De inrichting is wel origineel: oude foto’s van Vlora aan het plafond, foto’s va filmscènes aan de muren. Terwijl je wacht op het eten (en er is niet teveel volk), kan je rustig die foto’s bekijken, er zijn er een paar originele bij zoals Fernandel die een spaghetti eet. De jeugd zal het niet veel zeggen, maar de oudere generatie zal met veel melancholie rondkijken. Voor de toerist bestaat de menukaart. In het Albanees en in het Engels. Wil je soep, die is uitstekend vooral de vissoep, kies dan van de menukaart. Voor- en hoofdgerechten zijn de klassieke zaken die je in elk restaurant in Albanië terugvindt. Bij Te Lilo zijn ze altijd lekker en verzorgd, daar niet van, maar het is wat klassiek. Bijvoorbeeld zijn spaghetti bolognaise staat niet op de kaart, die is nochtans van de beste die ik ooit heb gegeten, net zoals zijn carbonara, die staat wel op de kaart. Wil je gewoon bolognaise, bestel die gewoon en die krijg je dan ook. Wat ik geleerd heb, is wat te wachten en rond te kijken. Albanezen (studenten en de andere trouwe klanten) krijgen namelijk geen menukaart, die bestellen gewoon. Ik kijk rond, bestudeer wat er gegeten wordt en wijs dan aan wat ik zou willen. Geen probleem en geen ontgoochelingen. Wat je er (in alle restaurants en bars) moet bijnemen; de televisie staat altijd aan. Mensen die veel in zuiderse landen rondreizen zijn dat gewoon. Te Lilo kent echter zijn wereld en het geluid staat ofwel af of is nauwelijks hoorbaar. Vanzelfsprekend is het eten ’s avonds even lekker als ’s middags, maar de intimiteit, gemoedelijkheid en komen en gaan van een grote diversiteit aan klanten is dan wat minder. Ik zou zeggen, in de zomer een aangename manier om uit de hete middagzon te blijven in een rustige, eenvoudige omgeving met toch wel een snuifje ‘haute cuisine’ naar Albanees-Italiaans model.

>De belangrijkste moskee van Vlora is een indrukwekkend Ottomaans gebouw dat al bijna een half millennium bewaard is gebleven en zelfs het naoorlogse communistische regime in Albanië heeft overleefd, dat de sluiting van veel religieuze gebouwen veroorzaakte. De Muradie Moskee is een Albanees nationaal monument en werd in 1537 gebouwd door Mimar Sinan. Sinan was een van de beroemdste Ottomaanse architecten en blijft tot op de dag van vandaag een Turks cultureel icoon. Hij hield toezicht op talloze gebouwen in het hele rijk en was zelfs betrokken bij het ontwerp van de Taj Mahal in India.

>Kuzum Baba is een natuurlijke terras en is het hoogste punt van Vlora. Het ligt 30 meter boven de zee en is vernoemd naar Vader Kuzum, een plaatselijke spirituele leider van de moslim Bektashi-sekte. Er wordt gezegd dat Quzum Baba hier vlakbij begraven ligt, maar zijn graf is niet gemarkeerd. >Op de top van de heuvel staat een 16e-eeuwse Bektashi-tempel of tekke, die wordt beschouwd als een van de mooiste exemplaren in Albanië. In de daaropvolgende tweehonderd jaar hadden de Bektashi veel invloed in heel Albanië, maar hun invloed nam af in de 19e eeuw toen ze steeds meer werden vervolgd in het Ottomaanse Rijk. Kuzum Baba is de beste plek om over de stad uit te kijken. Wandel de heuvel op en bewonder het fantastische panorama. Als je besluit om vanuit de oude stad te lopen, wees dan voorbereid op de vele traptreden! Er is een restaurant met een terras vanwaar je het uitzicht kunt bewonderen.

Boven Vlora ligt een uitgestrekt fort dat werd gebouwd in de 4e eeuw voor Christus, toen deze regio werd gekoloniseerd door Griekse kolonisten. Het staat op de berg Shushica, 380 meter boven de zeespiegel, beslaat bijna 4.000 hectarel. In 500 herbouwde de Byzantijnse keizer Justinianus I de nederzetting en het kasteel bleef minstens een eeuw in gebruik en diende als fort van het vorstendom Valona in de middeleeuwen. Het kasteel biedt een fantastisch uitzicht over Vlora met het eiland Sazan op de achtergrond.





